Onverklaarde subfertiliteit: meteen met IUI-MOH beginnen of nog even afwachten?

Onderzoek naar de effectiviteit van intra-uteriene inseminatie met milde ovariële stimulatie, vergeleken met een afwachtend beleid, bij koppels met onverklaarde of milde mannelijke subfertiliteit.

Achtergrond
Ongeveer 1 op de 10 paren heeft problemen om zwanger te worden. [1] Als er na één jaar geen zwangerschap is ontstaan, spreekt men van subfertiliteit.[2] Het merendeel van de subfertiele paren gaat met het probleem naar de huisarts of naar het ziekenhuis. Daar worden onderzoeken ingezet om een oorzaak te achterhalen van het uitblijven van een spontane zwangerschap. Bij ruim 1 op de 3 paren wordt er bij deze onderzoeken echter geen oorzaak gevonden.[3] Men spreekt dan van onverklaarde subfertiliteit.

De behandeling voor onverklaarde subfertiliteit is afhankelijk van de spontane kans op zwangerschap in het volgende jaar. Deze kans wordt berekend aan de hand van een aantal factoren, zoals de leeftijd van de vrouw, de duur van de subfertiliteit en de kwaliteit van het sperma. [4] Indien de kans op een spontane zwangerschap laag is (minder dan 30%), wordt er direct gestart met intra uteriene inseminaties met milde ovariële hyperstimulatie (IUI-MOH). Bij een goede kans wordt geadviseerd om nog even af te wachten, om zo de spontane kansen te kunnen benutten [5].

De gedachte achter IUI-MOH is tweeledig. Ten eerste wordt er door middel van hormonen getracht om twee eiblaasjes te laten rijpen, om zo de kans op een bevruchting te vergroten. Daarnaast wordt het sperma direct in de baarmoeder, dus dichter bij de eicellen gebracht. Het nadeel van IUI-MOH is het risico is op een meerlingzwangerschap. Dit risico bedraagt ongeveer 10% per cyclus.[6] Meerlingzwangerschappen gaan gepaard met een hogere kans op zwangerschapscomplicaties bij moeder en complicaties bij het kind, zoals vroeggeboorte en een laag geboortegewicht.

De EXIUI studie

In Nederland worden er jaarlijks zo’n 28.500 cycli van IUI-MOH gedaan.  De effectiviteit van de behandeling bij paren met onverklaarde subfertiliteit is echter nog nooit aangetoond. Aangezien IUI-MOH een intensieve en belastende behandeling is en het dus niet zeker is of de behandeling wel zinvol is, is de exIUI studie opgezet. Het doel van deze studie is om te achterhalen of afwachten gedurende 6 maanden niet leidt tot een lagere kans op een zwangerschap dan behandeling met IUI-MOH gedurende dezelfde periode.

De studie zal in meerdere ziekenhuizen binnen Nederland worden uitgevoerd en er zullen ruim 1.000 paren aan mee doen. Door middel van loting zal bij de helft van de paren direct worden gestart met IUI-MOH. De andere helft krijgt nog 6 maanden de kans om op een spontane wijze zwanger te worden, en kan daarna (indien er nog geen zwangerschap is ontstaan) alsnog worden behandeld.

Wanneer komt u in aanmerking voor dit onderzoek?
U komt als stel in aanmerking voor deze studie indien u minimaal één jaar heeft geprobeerd om zwanger te worden zonder succes,  er geen oorzaak is gevonden voor het uitblijven van de zwangerschap of wanneer er een milde mannelijke factor gevonden is, en wanneer u van uw arts te horen heeft gekregen dat u in aanmerking komt om te starten met IUI-MOH..  

Als u aan het onderzoek wilt deelnemen zal via loting worden bepaald of u gedurende 6 maanden met IUI-MOH wordt behandeld of dat u gedurende deze periode nog probeert om thuis zwanger te worden. Indien u heeft afgewacht en er na 6 maanden geen zwangerschap is ontstaan, dan komt u alsnog in aanmerking voor fertiliteitsbehandeling.

Literatuurlijst
[1] Boivin, J., Bunting, L., Collins, J. A. & Nygren, K. G. International estimates of infertility prevalence and treatment-seeking: potential need and demand for infertility medical care. Hum. Reprod. 22, 1506–12 (2007).
[2] Zegers-Hochschild, F. et al. International Committee for Monitoring Assisted Reproductive Technology (ICMART) and the World Health Organization (WHO) revised glossary of ART terminology, 2009. Fertil. Steril. 92, 1520–4 (2009).
[3] Gelbaya, T. A., Potdar, N., Jeve, Y. B. & Nardo, L. G. Definition and epidemiology of unexplained infertility. Obstet. Gynecol. Surv. 69, 109–15 (2014).
[4] van der Steeg, J. W. et al. Pregnancy is predictable: a large-scale prospective external validation of the prediction of spontaneous pregnancy in subfertile couples. Hum. Reprod. 22, 536–42 (2007).
[5] Steures, P. et al. Intrauterine insemination with controlled ovarian hyperstimulation versus expectant management for couples with unexplained subfertility and an intermediate prognosis: a randomised clinical trial. Lancet 368, 216–221 (2006).
[6] Fauser, B. C. J. M., Devroey, P. & Macklon, N. S. Multiple birth resulting from ovarian stimulation for subfertility treatment. Lancet 365, 1807–16 (2005).

Meer informatie over dit onderwerp

Op onze website vindt u meer informatie: www.studies-obsgyn.nl/exiui. Tevens kunt u vrijblijvend contact opnemen met een van de onderzoeksmedewerkers.

Contactinformatie over dit onderwerp
Dr. F. Mol, gynaecoloog
Centrum voorVoortplantingsgeneeskunde
Academisch Medisch Centrum, Amsterdam, Nederland
E: f.mol@amc.uva.nl
-----------------------------------------------------

Patiëntenverenigingen:
www.freya.nl