Het SUGAR-DIP onderzoek

Onderzoek naar de effectiviteit van orale antidiabetica in vergelijking met insuline voor de behandeling van zwangerschapsdiabetes

Timing van de test:
Meestal wordt tussen de 24 en 28 weken van de zwangerschap getest. In sommige gevallen wordt eerder in de zwangerschap getest, bijvoorbeeld als meerdere risicofactoren heeft.

Behandeling:
Als blijkt dat u zwangerschapsdiabetes heeft, zal u advies krijgen over het aanpassen van uw dieet. Daarnaast zal uw behandelaar u uitleggen hoe u bij uzelf glucosecontroles kunt doen. Dit gebeurt met vingerprikjes en een glucosemonitor. Bij ongeveer 8 van de 10 vrouwen is het volgen van een dieet voldoende om de suikerspiegel normaal te houden. Als dat niet voldoende werkt is soms behandeling met medicijnen nodig.
Het doel van de behandeling is de kans op complicaties zoals hierboven beschreven, kleiner te maken. Een van de complicaties is het krijgen van een baby die een te hoog geboortegewicht heeft. Een grote baby kan bij de geboorte moeilijker door het bekken. Je hebt meer kans op een groot gegroeide baby als de suikers tijdens de zwangerschap langere tijd te hoog te zijn.

De eerste stap van de behandeling is het aanpassen van uw dieet. Uw behandelaar kan u aanraden om een diŽtiste te bezoeken. Deze zal met u kijken waar u uw dieet kunt aanpassen. In het algemeen gelden de volgende adviezen:

    Blijf gezond eten

    Verdeel de maaltijden over de dag

    Sla geen maaltijden over

    Vermijd zoete desserts of gezoete dranken

    Probeer suiker eventueel te vervangen door een zoetstof

    Vermijd grote porties koolhydraten zoals brood, rijst, pasta en aardappels

    Eet groenten

Uw diŽtist zal met u bespreken hoe u deze adviezen zo goed mogelijk kan gebruiken.

Glucose monitoring:
Uw zorgverlener zal u uitleggen hoe u uw eigen bloedsuikers kunt meten en hoe u deze moet bijhouden. Ook zal uw zorgverlener u vertellen op welke momenten van de dag u moet meten. Doorgaans wordt er gemeten in de ochtend voor het ontbijt en 1 tot 2 uur na het ontbijt/lunch/avondeten.

Beweging:
Bewegen kan helpen uw suikerspiegels goed te houden. Als u al gewend was om lichaamsbeweging te doen, kunt u hier gewoon mee doorgaan als u zwangerschapsdiabetes heeft. Als u nog niet aan lichaamsbeweging doet, bespreek dan met uw arts of het verstandig is om hier mee te beginnen.

Medicatie:
Ongeveer 15-20% van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes heeft met het volgen van het dieet alsnog te hoge bloedsuikers. In dat geval kan het nodig zijn om behandeling met medicijnen te starten.

Er zijn verschillende manieren om zwangerschapsdiabetes met medicijnen te behandelen. In Nederland wordt op dit moment insuline het meest gebruikt. Dit is een medicijn dat met injecties (prikken) door de zwangere aan zichzelf wordt toegediend. Insuline zorgt ervoor dat het glucose in het bloed lager wordt. Hoe vaak en hoeveel insuline er moet worden geprikt hangt af van de bloedsuikers en is per persoon verschillend. Uw zorgverlener zal uitleggen hoe u dit medicijn moet gebruiken en wat u moet doen als het bloedsuiker tijdelijk iets te laag is geworden (een hypo).

Naast insuline zijn er ook medicijnen in de vorm van tabletten. De meest gebruikte tabletten zijn metformine en glibenclamide. Deze medicijnen worden in Nederland gebruikt voor ouderdomsdiabetes. In het buitenland worden deze medicijnen al geruime tijd (meer dan 10 jaar) gebruikt voor het behandelen van zwangerschapsdiabetes. Het voordeel van de medicijnen in tabletvorm is dat de zwangere geen medicijnen per injectie hoeft te gebruiken. Het gebruik van insuline en de medicijnen in tabletvorm is niet schadelijk gebleken voor moeder of kind tijdens de zwangerschap. Insuline lijkt op de lange termijn geen nadelige effecten voor moeder of kind. Van de medicijnen in tabletvorm is dit nog niet volledig bekend. Hier wordt onderzoek naar gedaan. De eerste onderzoeken op kinderleeftijd (rond de 4 jaar) laten geen verschil zien tussen kinderen waarvan de moeder insuline of tabletten heeft gebruikt.

Het SUGAR-DIP onderzoek:
Met het SUGAR-DIP onderzoek willen we onderzoeken of in Nederland de behandeling met medicijnen in tabletvorm net zo effectief is als de behandeling met insuline. Hiervoor is een groot onderzoek nodig, waar ongeveer 800 vrouwen aan meedoen. Van deze vrouwen krijgt de helft behandeling met insuline en de andere helft tabletten. We volgen dan hoe de zwangerschap en bevalling verlopen en vergelijken aan het einde beide groepen met elkaar. Tijdens de zwangerschap houden we met de echo de groei van de baby in de gaten en gebruiken we vragenlijsten om te bekijken wat u van uw behandeling vindt. Als u in aanmerking komt voor behandeling met medicijnen kan uw zorgverlener vragen of u mee wilt doen aan dit onderzoek. U krijgt dan meer informatie over wat meedoen aan wetenschappelijk onderzoek inhoudt en u kunt dan zelf beslissen of u wilt deelnemen.

Meer informatie:
www.diabetesfonds.nl

Heeft u nog vragen? Stel ze aan uw behandelaar of neem contact op met de onderzoeksgroep.

Contactinformatie over dit onderwerp:
Drs. L. de Wit, arts-onderzoeker, afdeling Verloskunde UMC Utrecht
E-mail: sugardip@studies-obsgyn.nl