Onderzoek blaas-verstopping van foetus

Onderzoek naar het plaatsen van een blaas'shunt' bij foetale blaas-verstopping: het PLUTO onderzoek

 

Blaas-verstoppping van de foetus

Normaal gesproken produceren de nieren van een ongeboren kind urine, die via de blaas en urinewegen afgevoerd wordt naar de baarmoederholte. In sommige gevallen vindt deze afvoer niet plaats, omdat er een obstructie (=verstopping) van de lagere urinewegen is. Omdat de nieren wel urine produceren, ontstaat achter deze obstructie een drukverhoging. Deze drukverhoging kan leiden tot ernstige beschadiging van de nieren. De verstopping leidt ook tot verminderd vruchtwater, waardoor onderontwikkeling van de longen van het kind kan ontstaan. De meerderheid van de kinderen met deze aandoening overlijdt, meestal kort na de geboorte, vooral door slecht werkende longen [1-3].

 

 

Shunt

Door het plaatsen van een dun buisje in de blaas (een 'shunt') kan de urine weer naar de baarmoederholte stromen. Daardoor wordt de druk op de urinewegen van het kind verminderd. Ook kan de hoeveelheid vruchtwater weer toenemen. De shunt-plaatsing heeft echter een grote kans op complicaties. Er is tot nu toe geen bewijs geleverd dat deze behandeling betere uitkomsten voor de kinderen geeft dan afwachten zonder behandeling voor de geboorte [4].

 

 

Verschil jongetjes en meisjes

Bij jongetjes wordt de verstopping meestal veroorzaakt door een obstructie van de plasbuis (urethra), die relatief eenvoudig te verhelpen is na de geboorte. Bij meisjes is er over het algemeen sprake van veel ingewikkelder problemen; om deze reden komen vrouwelijke foetussen niet in aanmerking voor deelname aan de studie. Als er bij een mannelijke foetus ook aanwijzingen zijn voor ingewikkelder problemen zal deelname aan de studie eveneens niet mogelijk zijn.

 

Het PLUTO onderzoek

Omdat onbekend is of het plaatsen van een shunt de toestand van ongeboren kinderen met een obstructie van de lagere urinewegen blijvend verbetert, is het noodzakelijk om twee groepen te maken: een groep waarbij een shunt wordt geplaatst en een groep waarbij dat niet wordt gedaan. De computer bepaalt of er een shunt geplaatst zal worden of niet, de gynaecoloog kan hier geen invloed op uitoefenen. Op deze manier kunnen beide groepen met elkaar vergeleken worden en kan bepaald worden of het plaatsen van een shunt tot een betere uitkomst leidt.

 

Wat gaat er gebeuren als er een shunt zal worden geplaatst?

Het plaatsen van een shunt is vergelijkbaar met een vruchtwaterpunctie. De naald is wel wat groter; om deze reden wordt uw huid voorafgaand aan de ingreep verdoofd. U ontvangt antibiotica om het risico op een infectie zo klein mogelijk te maken. Via de buik en baarmoeder wordt met behulp van echoscopisch onderzoek de shunt door de naald op de goede plaats ingebracht in de blaas van het kind, zodat het ene uiteinde van de shunt binnen in de blaas ligt en het andere uiteinde in de baarmoederholte.

 

De gehele ingreep duurt gemiddeld 30 minuten, waarbij het plaatsen van de shunt meestal 5-10 minuten duurt. Na de ingreep blijft u een nacht opgenomen, om te controleren dat u geen weeën krijgt of vruchtwaterverlies. De volgende dag kunt u weer naar huis.

 

De ingreep wordt al enige tijd toegepast voor deze en andere aandoeningen. Door het plaatsen van een shunt wordt de druk verminderd, maar het eigenlijke probleem wordt niet verholpen. De verstopping kan pas na de geboorte opgeheven worden en dan zal ook pas duidelijk zijn wat precies de oorzaak van het probleem is.

 

Het PLUTO onderzoek wordt verricht door artsen en onderzoekers van de ‘Birmingham Women’s Hospital’ en de universiteit van Birmingham in Engeland, in samenwerking met artsen in centra voor foetale therapie over de gehele wereld. In Nederland wordt het plaatsen van een shunt uitsluitend in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) uitgevoerd; als u in een ander ziekenhuis onder controle bent kunt u voor eventuele deelname aan de studie naar het LUMC verwezen worden.

 

Literatuurlijst

[1] Hutton KA, Thomas DF, Arthur RJ, Irving HC, Smith SE. Prenatally detected posterior urethral valves: is gestational age at detection a predictor of outcome? J Urol 1994 Aug;152(2 Pt 2):698-701.

[2] Housley HT, Harrison MR. Fetal urinary tract abnormalities. Natural history, pathophysiology, and treatment. Urol Clin North Am 1998 Feb;25(1):63-73.

[3] Wu S, Johnson MP. Fetal lower urinary tract obstruction. Clin Perinatol 2009 Jun;36(2):377-90, x.

[4] Clark TJ, Martin WL, Divakaran TG, Whittle MJ, Kilby MD, Khan KS. Prenatal bladder drainage in the management of fetal lower urinary tract obstruction: a systematic review and meta-analysis. Obstet Gynecol 2003 Aug;102(2):367-82.

 

Meer informatie over dit onderwerp

PLUTO onderzoek website: www.plutostudie.nl

 

Contactinformatie over dit onderwerp

P.N. Adama van Scheltema

Arts prenatale geneeskunde

Afdeling verloskunde en foetale therapie, LUMC

071-5261682

info@plutostudie.nl

 

D. Oepkes

Gynaecoloog perinatoloog

Afdeling verloskunde en foetale therapie, LUMC

071-5262896

info@plutostudie.nl

 


 


Gerelateerde termen
Vruchtwaterpunctie