Pre-eclampsie

Alternatieve benoeming: zwangerschapsvergiftiging

 
Wat is Pre-eclampsie?
Pre-eclampsie is een combinatie van te hoge bloeddruk en eiwitverlies via de urine. In de volksmond is de aandoening bekend onder de naam zwangerschapsvergiftiging, maar die term wordt in medische vaktaal niet meer gebruikt. Vooralsnog is het onbekend hoe pre-eclampsie ontstaat. Mogelijk is de groei van placentaweefsel gestoord door een soort auto-immuunreactie van de zwangere vrouw op antigenen van de aankomende vader. Ook zijn er aanwijzingen dat erfelijkheid een rol speelt: zo komt het in bepaalde families voor dat zowel moeder als dochter in hun eerste zwangerschap pre-eclampsie ontwikkelen.

Pre-eclampsie heeft in eerste instantie dezelfde symptomen als het HELLP-syndroom. Door middel van bloedonderzoek kan worden bepaald of het om pre-eclampsie dan wel om HELLP gaat. Pre-eclampsie ontwikkelt zich in de meeste gevallen na week 20 van de zwangerschap en kan ook in het kraambed ontstaan, zelfs tot acht dagen na de bevalling.

Hoe vaak komt Pre-eclampsie voor?
De aandoening komt bij 3-5% van dezwangeren voor die niet eerder zwanger zijn geweest. Vrouwen die eerder zwanger zijn geweest hebben een lagere kans op het ontstaan van pre-eclampsie. Vrouwen met pre-eclampsie in een eerdere zwangerschap met dezelfde partner hebben een kans om weer pre-eclampsie te krijgen, maar over het algemeen later in de zwangerschap en milder.

Wat is de behandeling bij Pre-eclampsie?
Behandeling is in principe niet mogelijk. Alleen de klachten kunnen worden onderdrukt. De enige manier om de pre-eclampsie te doen verdwijnen, is bevallen. Goede monitoring van de zwangere en foetus is dus noodzakelijk zodat constant de belangen van moeder en kind kunnen worden afgewogen. Indien beŽindigen van de zwangerschap nog niet gewenst is, en/of de de ziekte nog niet ernstig genoeg is, wordt pre-eclampsie behandeld met medicatie.


Gerelateerde pagina's
Resultaten Hypitat onderzoek
HYPITAT-II onderzoek
LIFEstyle onderzoek
Resultaten RAVEL studie
Resultaten HYPITAT II studie